//
Media

De balans tussen online banaliteit en nationale veiligheid

De geheime diensten van de VS analyseren dus ook online communicatie van eigen burgers en van buitenlanders. Er was weer een klokkenluider voor nodig, maar het is nu officieel toegegeven, ook door president Obama. Hij verklaarde dat het weliswaar om een geheime regeling gaat, maar dat we ons niet ongerust hoeven te maken, dat er een goed evenwicht is gevonden tussen vrijheid en nationale veiligheid. Grote online bedrijven zoals Google, Apple, Facebook, Skype en telecombedrijven laten de overheid meekijken in wat internetgebruikers naar mekaar doorsturen. Niet omdat ze dat willen, zeggen ze, maar omdat ze verplicht worden.

We weten nu zeker dat het gebeurt. In het kader van de war on terror van Obama’s voorganger Bush na de aanslagen van 11 september 2001. Eigenlijk rekenden veel mensen er op dat democraat Obama de vrijheidsbeperkingen van de war on terror zou terugschroeven. Niet dus. Burgers in de VS en daarbuiten worden nu ook online bespied volgens criteria die we nu niet kennen. Het maakt hem erger dan Bush.

Summary
Our growing quantities of daily bits and bytes stopped being banalities and commonplaces. The newest analysis techniques are being tested on this world of the banal, on this big data, and feed commercial, political, national and other interests with new input for whatever new strategies. Not always towards more openness, fairness and democracy, for sure.

Nog niet zo duidelijk is de rol van de internetbedrijven. Google, Apple en een paar andere die wilden reageren, verklaarden dat zij niet gewoonweg hun servers openzetten voor ongelimiteerde inkijk, maar gerichte inkijk toestaan “omdat het moet”. Dat kan best, maar het gaat hoe dan ook over inkijk op grote schaal. Bij meeluisteren in telefoongesprekken gaat het over één-op-één-gesprekken. Online is dat veel moeilijker. Veiligheidsdiensten scannen dus miljarden e-mails, foto’s, posts op sociale media, video’s, log-ins, opgeslagen bestanden, conferentiegesprekken, enz. Ze zoeken daar naar patronen, naar gedragingen, naar combinaties van woorden en begrippen die relevant zouden kunnen zijn voor hun context van opsporing van terreur. Dat is niet meeluisteren, dat is wiskunde en statistiek. Wie ooit de film Three Days of the Condor (1975) gezien heeft, begrijpt dit: een jonge Robert Redford legt uit wat hij als beambte van de veiligheidsdienst moet doen: “Wij lezen,” zegt hij, “Wij lezen alles wat verschijnt en wij zoeken patronen.”

Een van de bedrijven vermeldde in zijn reactie dat als het bedrijf die medewerking niet verleent, het kan vervolgd worden voor medewerking aan terreur als er bijv. een aanslag via hun netwerk. Dat is afdreigen, en van een soort die hier bij ons en ongetwijfeld ook in de VS een heleboel wetten opzijzet.

Telecombedrijven mogen zich niet bezig houden met de inhoud van telefoongesprekken. Internetbedrijven mogen zich niet bezig houden met de inhoud van e-mails en andere communicatie. En daar wringt het meer en meer, aan beide kanten van de grote plas. In Europa hebben we goed wetten maken over privacy die strenger zijn dan die in de VS, de gegevens die we bij Google, Apple, Facebook en andere achterlaten, beschouwen zij als Amerikaans, en dus vinden ze dat die Europese wetten niet hoeven te respecteren.
Dat doen ze vaak al niet om commerciële redenen. Waarom zouden ze dan onze wetten respecteren als het over VS-nationale veiligheid gaat.

Als je niets te verbergen hebt, hoef je je geen zorgen te maken, zei Google-ceo Schmidt een paar jaar geleden over privacy. Dat is nog niet zo zeker. Overheden veranderen hun al dan niet geheime wetten en regels, bedrijven wijzigen hun commerciële politiek of veranderen van eigenaar, en in nieuwe situaties kunnen onze onschuldige gegevens misschien ineens andere doelen dienen.

Onze groeiende hoeveelheden bits en bytes zijn allang geen banale gegevens meer. De nieuwste analysetechnieken worden uitgetest op deze wereld van het banale, op deze big data, en commerciële, politieke, nationale en andere belangen krijgen nieuw voedsel, nieuwe input voor weer nieuwe strategieën.

Het internet is geen instrument dat de wereld ineens democratischer gaat maken. Het is ook lang niet meer zo transparant en open als de twee ontwerpers ervan goed twintig jaar geleden aan het CERN in Genève het bedoelden: alle computertypes en alle bestandstypes met mekaar verbinden zodat mensen beter kunnen communiceren. Het internet is een ongelooflijk interessante plek om te vertoeven. Maar laten we ons er goed bewust van zijn dat er volk op zit, waar dan ook, dat ons interessant vindt. Wat nu bekend geraakt is, illustreert sterker dan ooit dat we nooit meer zeker kunnen zijn van wat er online met ons leven kan gebeuren.

Meer voorbeelden over hoe openheid en netneutraliteit kunnen worden geschonden in deze oproep van enkele Belgische internetpioniers

About Toon Lowette

Customer is not king on the internet, he is dictator. Online services are successful if they allow the customer to do what he came for efficiently and without confusion. Toon Lowette is online publishing consultant in the Customer Carewords network of Gerry McGovern. Task management is the central issue. We teach websites to manage the task, not the content, not the technology. We teach websites to become relentlessly customer centric.

Discussion

No comments yet.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Geef uw e-mailadres om deze blog te volgen en e-mail te krijgen als nieuwe artikels worden gepubliceerd.

Toon on Twitter

%d bloggers like this: